Brandadvies, adviseert, installeert, onderhoud en certificeert uw :
Brandmeldinstallatie & ontruimingsinstallatie
- conform de NEN 2535, NEN 2575.
- u kunt kopen en huren.
- door heel Nederland
Branddetectiesystemen
De kans op een brand kunt u verkleinen door brandpreventieve maatregelen te nemen. Dit wil echter niet zeggen dat er geen brand kan ontstaan. De meeste branden ontstaan door kortsluiting en brandstichting. Dit betekent dat uw brandbeveiliging nooit waterdicht is.
Branddetectiesystemen zijn dan ook een belangrijk onderdeel in uw brandbeveiliging. Door Branddetectiesystemen toe te passen weet u dat er een brand is en wordt u in staat gesteld de kleine brand te beheersen voordat hij groot wordt. Voor u betekent dit eigenlijk: “een kleine schade beheersen voordat het een grote schade wordt”.
Branddetectiesystemen kunnen voor een bedrijf het verschil zijn tussen faillissement en doordraaien zonder problemen. 60% van de bedrijven gaat failliet na een grote brand. Hoe dit komt? Ondervindt het zelf, specifiek voor uw bedrijf, door hierboven de risicotest in te vullen. Slechts 11 vragen en u bent een stuk wijzer, nog makkelijker is het laten langskomen van een adviseur.
Gecertificeerde brandetectiesystemen
Gecertificeerde branddetectiesystemen dienen te voldoen aan de Regeling Brandmeldinstallaties.
De Regeling Brandmeldinstallaties is een kwaliteitszorg- en certificatiesysteem, samengesteld door en voor alle bij brandbeveiliging betrokken marktpartijen. Het beheer van de regeling en de met name genoemde kwaliteitszorg is opgedragen aan het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP). Het NCP is als zodanig de certificatie-instelling voor de “Regeling Brandmeldinstallaties”.
De branddetectiesystemen betreffen autonome branddetectiesystemen, al dan niet voor de aansturing van blusinstallaties of andere brandpreventiemaatregelen. Betrokken partijen zijn onder meer: de principaal (eigenaar / gebruiker), de overheid, de verzekeringsbranche en de beveiligingsbranche.
Deze Regeling Brandmeldinstallaties is in samenwerking met de navolgende bedrijven (in alfabetische volgorde) totstandgekomen:
- Landelijk Netwerk voor de Brandpreventie (LNB), namens de brandweer;
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Directie Brandweer en Rampenbestrijding, namens de overheid als adviseur;
- Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA),
- Verbond van Verzekeraars, namens de verzekeringsbranche;
- Vereniging van Beveiligingsondernemingen in Nederland (VEBON), namens de branddetectiebedrijven, de fabrikanten en de leveranciers;
- Vereniging voor Veiligheid en Beveiliging (VVB), namens de inspectieinstellingen;
- Unie van Elektrotechnische Ondernemers (UNETO), namens de installatie- en onderhoudsbedrijven;
Het doel van de Regeling Brandmeldinstallaties is om in Nederland een bepaald kwaliteitsniveau voor branddetectiesystemen vast te leggen en te verkrijgen. Dit kwaliteitsniveau geldt enerzijds voor geleverd werk, anderzijds betreft dit kwaliteitscriteria voor de erkenning van bedrijven en personen die betrokken zijn in het proces om te komen tot een branddetectiesysteem. Deze regeling geeft aan, wat van de branddetectiesysteem en van de diverse (markt-)partijen wordt verwacht en hoe handhaving en controle plaatsvindt.
In het deel 1, “Onderwerp en Toepassingsgebied”, worden de kaders van de certificeringregeling aangegeven. Tevens is invulling gegeven aan het gehele totstandkomingsproces; hoe te komen tot een gecertificeerde branddetectiesysteem.
In tekst en matrix zijn de verschillende verantwoordelijkheden en bevoegdheden aangegeven voor de betrokken marktpartijen.
In de bijlagen zijn opgenomen: index, verwijzingen naar wetgeving, normen, richtlijnen, algemene bepalingen, certificeringprocedures voor de branddetectiesystemen en een model om de inspectiefrequentie te bepalen. Daar waar in de Regeling Brandmeldinstallaties gesproken wordt van PvE- opsteller, NCP erkend Branddetectiebedrijf en installatiebedrijf betreft dit door het Nationaal Centrum voor Preventie erkende bedrijven.
Daar waar in de regeling gesproken wordt van installaties betreft dit gecertificeerde branddetectiesystemen in het kader van deze regeling.
Onderwerp en Toepassingsgebied
De Regeling Brandmeldinstallaties bevat de criteria die een bepaald kwaliteitsniveau vastleggen voor branddetectiesystemen. De branddetectiesystemen betreffen autonome branddetectiesystemen, al dan niet voor de aansturing van blusinstallaties of andere brandpreventievoorzieningen.
Op basis van deze regeling worden bedrijven erkend die bij de totstandkoming van een branddetectiesysteem zijn betrokken. Deze erkenning van bedrijven staat garant voor een vastgelegd kwaliteitsniveau, volgens deze regeling. Dit geldt zowel voor de bedrijfsvoeringen als ook voor de aanwezige vakkennis binnen het betreffende bedrijf. Als bewijs van erkenning ontvangt het erkende bedrijf van het Nationaal Centrum voor Preventie een bedrijfscertificaat.
In artikel 1.1 wordt aangeven wat de relatie is tussen deze certificeringregeling en wettelijk en normatief kader. In artikel 1.2 is het proces van activiteiten (vanaf het formuleren van de eisen/wensen tot en met het beheren en onderhouden van de installatie) vastgelegd om te komen tot een gecertificeerde branddetectiesysteem.
1.1 Relatie tussen de regeling en wettelijk alsmede normatief kader
De regeling hanteert in principe algemeen erkende normen, voorschriften, richtlijnen, regelingen en besluiten op het gebied van brandvoorschriften (zie bijlage B). De regeling beschrijft hoe het proces in praktische zin moet verlopen om te komen tot een gecertificeerde branddetectiesysteem en geeft aan welk wettelijk alsmede normatief kader hiervoor moeten worden gehanteerd. Waar nodig zijn aanvullende eisen als criteria in deze regeling opgenomen.
De aanvullende eisen kunnen betrekking hebben op:
een bedrijf ; zoals ontwerpbureau of installatiebedrijf,
een persoon ; zoals ontwerper of installatiemonteur of
een activiteit ; zoals ontwerpen of installeren.
1.1.1 Relatie tussen brandbeveiligingssystemen
Indien de branddetectiesysteem op enigerlei wijze nodig is voor het functioneren van een ander brandbeveiligingssysteem verdient het aanbeveling deze systemen eveneens te certificeren.
Figuur 1.1
Voor al deze activiteiten worden eisen gesteld aan de bedrijven of het bedrijf, de vakbekwaamheid en het resultaat met het bijbehorende kwaliteitsdocument. De criteria zijn opgenomen in deel 3 Criteria. Met name de kwaliteitsdocumenten van de diverse activiteiten moeten eenduidig en traceerbaar zijn.
Voor het certificeren van een branddetectiesysteem moet het totstandkomingsproces van de branddetectiesysteem voldoen aan de Regeling Brandmeldinstallaties. In de volgende artikelen zal het totstandkomingproces met alle activiteiten en mogelijke partijen alsmede verantwoordelijkheden, bevoegdheden en benodigde kwaliteitsdocumenten worden beschreven.
het opstellen van een eigen eisenpakket of PvE is de verantwoordelijkheid van de betreffende eisende partij. Het projecteren tot en met onderhouden van de branddetectiesysteem moet door of onder verantwoordelijkheid van het NCP erkend Branddetectiebedrijf worden uitgevoerd. Als een activiteit onder de verantwoordelijkheid van het NCP erkend Branddetectiebedrijf door een derde partij (bijvoorbeeld: ontwerpbureau, installatiebedrijf en/of onderhoudsbedrijf) wordt uitgevoerd, dan moet deze derdepartij volledig voldoen aan de criteria van de betreffende activiteit.
1.2.2 Risicoanalyse
Voorafgaand aan het opstellen van een Programma van Eisen is vaak een risicoanalyse uitgevoerd om tot een keuze te komen voor de benodigde brandpreventiemaatregelen. Deze risicoanalyse en de motivatie om te komen tot een branddetectiesysteem vallen buiten het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties. Het Programma van Eisen moet in het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties worden gezien als uitwerking van een deel van de Risicoanalyse.
1.2.3 Eisen opstellen en Programma van Eisen
De criteria voor het opstellen van de eisen zijn opgenomen in artikel 3.2. Het Programma van Eisen is het eerste onderdeel in het totstandkomingsproces na risicoanalyse. Zonder Programma van Eisen is het niet mogelijk om het certificeringtraject in te gaan. Hierin moeten - zoals de naam al aangeeft - slechts de eisen worden geformuleerd en niet de mogelijke oplossingen. De uitgangspunten voor de eisen zijn:
- de wettelijke (bouw-)regelgeving, zoals: het Bouwbesluit, de bouwverordening, de normen, en de (praktijk-richtlijnen,
- de aanvullende wensen, zoals gebruik van het gebouw.
Het is de verantwoordelijkheid van de eisende partij (principaal/gebruiker/eigenaar/verzekeraar) of diens zaakwaarnemer dat een Programma van Eisen wordt opgesteld.
Bij integratie van meerdere eisenpakketten moet gebruik worden gemaakt van een NCP erkende PvE-opsteller. Alle partijen moeten het Programma van Eisen accorderen, zodat het als uitgangspunt dient voor de certificatie van de branddetectiesysteem. Deze laatste zin is niet van toepassing als er één eisende partij is.
1.2.4 Projecteren en Projectie (Ontwerp)
Het NCP erkend Branddetectiebedrijf is verantwoordelijk voor de Projectie; de criteria hiervoor zijn opgenomen in onderdeel 3.3. “De Projectie” geeft aan; de toe te passen gecertificeerde producten en de wijze van installeren.











